In deze ongewone tijd waarin we leven hebben wij de kans om een van de dingen die we nodig
hebben te versterken en er nieuwe betekenis aan te geven: ‘We hebben elkaar nodig’. Sterker nog,
de Bijbel (1 Kor. 12) noemt ons het lichaam van Christus, wat aangeeft dat een lid daarvan niet in
staat is om alle werk alleen te doen. Als aanvulling op het werk aan interculturaliteit en om meer te
horen over wat God in Nederland aan het doen is, zijn de zogenoemde ‘Inspirerende Gesprekken’
ontstaan. Michele Atsma da Silva interviewt deze keer Cali Kadionda.

Interculturaliteit is onderdeel van mijn identiteit
Van een buitenstaander naar een discipel van Jezus, dat is Cali; hij is geboren in Angola en maakte
Nederland zijn thuis. De plek waar hij welkom was en een familie kreeg.

‘Ik kwam al naar Nederland toen ik nog een tiener was, op mijn zestiende. Interculturaliteit is
onderdeel van mijn leven, mijn identiteit. Ik voel me thuis waar culturen bij elkaar zijn. Cultuur is ook
een geschenk van God, het is niet iets wat we zelf uitgevonden hebben – God was de eerste tuinman,
de eerste schepper van cultuur en wij zijn geroepen om God na te doen.’

Onze geschiedenis nieuwe betekenis geven

Cali is onderdeel van een intercultureel team dat bestaat uit Nederlanders, Angolezen, Iraniërs,
Irakezen, Syriërs en Duitsers. Drie jaar lang maakten zijn vrouw en hij deel uit van ICF Ede (christelijke
groepering uit diverse kerken), en werkten ze in het vluchtelingencentrum in Ede. Maar het centrum
werd van regeringswege gesloten. Tijden van crisis en chaos doen onze structuur wankelen, maar het
kan ook een uitnodiging zijn van God om nieuwe betekenis te geven aan onze geschiedenis.

Vanwege die sluiting zagen ze de mogelijkheid om een interculturele kerk te planten en binnen twee
jaar begon de ICF organisatie een kerk te zijn. En in dit proces had ICP het voorrecht om daar deel
van uit te kunnen maken, waarin ze een dienende rol hadden overeenkomstig hun roeping om te
trainen en toe te rusten. En natuurlijk wordt er onderling uitgewisseld.

Ik ben niet alleen

‘ICP kwam onze geschiedenis binnen, en had een fundamenteel aandeel in ons proces om te leren
hoe je een gemeenschap, een interculturele kerk, opzet en onderhoudt. ICP was en is nog steeds een
steun voor mij en mijn bediening. Ze bieden begeleiding op diverse gebieden, zoals leiderschap,
conflicthantering, maar wat voor mij het belangrijkste is, is om te weten dat ik niet alleen ben. Er is
een organisatie met open armen die steunt. En dit kan ik verbinden aan mijn kerk, mijn
gemeenschap.

De brug die we gebruiken om ons met elkaar te verbinden

Ik heb geleerd dat wat mensen verbindt, de plek is die jij hun in jouw leven geeft. Ik breng
waardevolle tijd door met mijn broeders in de kerk, maar ook in mijn huis, zodat het christendom dat
ik deel consequent is. In ons dagelijks leven kunnen we elkaar beter leren kennen, maar het brengt
ook een gevoel van familie met zich mee. Dat is de brug die wij gebruiken om de ene cultuur met de
andere te verbinden. Veel mensen zijn hun oorspronkelijke familie kwijtgeraakt, sommigen door
immigratie en anderen door christen te zijn.

Het evangelie is relationeel!

Als je geen familie te bieden hebt, is het geboden evangelie niet volledig. Ik deel wat mijn leven
veranderd heeft en daar betekenis aan gegeven heeft, Jezus Christus. Gemeenteleden hebben
nauwe familiebetekenis gehad voor mij en mijn gezin. In tijden van nood hebben ze laten zien dat ze
broeders voor me zijn. Het is een wederzijds uitwisseling in die relatie, te zaaien in het leven van de
ander.’