Blog door Hans Euser 

Intercultureel kerk-zijn is verre van gemakkelijk. Als je God ergens in nodig hebt, dan is het wel in het samenleven met mensen die anders zijn dan jij. “Heterogeniteit is een provocatie”, schrijft de Franse filosoof Foucault. “Waarom ben jij anders? Kan jij niet zijn zoals ik? Ben ik soms niet goed genoeg?”Etnische en economische diversiteit leidt vaak tot angst en afstand. Terwijl we in de gemeente juist streven naar verbondenheid in liefde. Hoe houden we het op die spannende plek vol?   

Je opnieuw verdiepen in Gods kijk op de zaak helpt om weerstand te overwinnen, creatief te zoeken naar verbinding en hoopvol te blijven bouwen aan heterogene geloofsgemeenschappen. Paulus schrijft over het wat, waarom en hoe van intercultureel kerk-zijn in Efeze 3. We zoomen erop in omopnieuw helder te krijgen waarom we voor de moeilijke weg van intercultureel kerk-zijn kiezen. 

Wat is een interculturele kerk (volgens Efeze 3:1-6)? 

In Efeze kwamen twee heel verschillende culturele groepen tot geloof in Jezus. Joden en heidenen (in het Grieks staat daar het woord ethnoi = volken) lagen qua gewoonten en overtuigingen ver uit elkaar. De Joden kenden duidelijke identity markers: besnijdenis, voedselwetten en sabbatsrituelen. Maar de gelovigen uit de volken hadden daar geen boodschap aan. Er ontstaan spanningen in de kerk. Het samenleven als gemeenschap wordt er niet gemakkelijker op. Adviseert Paulus nu om een makkelijker weg te kiezen en bijvoorbeeld uiteen te gaan in mono-culturele groepen?  

Integendeel, de apostel zit hierom gevangen. Vers 1: “Om deze reden zit ik vast …” en dan doelt hij op de dingen die hij in hoofdstuk 2 beschreef: “Joden en heidenen zijn geroepen in één lichaam”. Hij werkt dat vervolgens verder uit. “Het is een mysterie”, zo maakt hij duidelijk. “Eerder was dat niet geopenbaard, maar nu is het bekend geworden. Ik mag het onthullen. En dat brengt me in problemen. Ik ga de moeilijke weg!”  

Wat is dat mysterie dan? Sommigen denken aan de gekruisigde en opgestane Heer Jezus Christus. Anderen geloven dat Paulus doelt op de heidenen die nu toegang hebben tot het heil. Maar zelf zegtde apostel dit, in vers 6: “de heidenen … maken deel uit van hetzelfde lichaam.” Het mysterie dat wordt onthuld is de interculturele kerk, waar Jood en heiden leren samenleven. Geen homogene groepen voor Nederlanders en Ghanezen en Joden. Maar eenheid in verscheidenheid, een kleurrijke kerk, waar gestreefd wordt naar gelijkwaardigheid en wederkerige relaties. 

Waarom zou je streven naar een interculturele kerk (volgens Efeze 3:7-13)? 

Paulus pleit dus voor de moeilijke weg van intercultureel samenleven. Hij zet er zelfs zijn leven voorop het spel. Waarom? In vers 10 geeft hij een indrukwekkend antwoord: “Zo zal nu door de kerk de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen.” Dáár ligt onze diepste drijfveer. 

“De wijsheid van God in al haar schakeringen”. Een kerk die divers is, laat meer zien van Gods grootheid en glorie. Als je naar een interculturele kerk kijkt, dan zie je dat God koning van de hele wereld is. Het reddende werk van Jezus voor ieder mens wordt voor je uitgetekend. Gods Geest doorbreekt grenzen en brengt een ongekende liefde aan het licht. (John Piper schrijft daar mooie dingen over in Let the nations be glad, p. 222-224.) 

In één van de ICP-kerken zitten een oudere Irakese generaal en een jongere Iraanse vluchteling. Tijdens de oorlog tussen Irak en Iran stonden ze elkaar naar het leven. Maar nu vieren ze samen het avondmaal. “Dit was nooit gebeurd als Jezus mijn leven niet had veranderd”, zo zei de Iraniër. “Hoe zou ik anders iemand kunnen vergeven die mijn volksgenoten heeft gedood? Maar als Jezus míj vergeeft, dan kan ik dat niet voor mezelf houden en vergeef ik hem die nu mijn broeder is.”  

Dit is een krachtig getuigenis. En juist in onze samenleving, die zo getekend wordt door spanning, discriminatie en racisme, is de interculturele kerk een teken van hoop! De volken kunnen primasamenleven, áls ze zich onderwerpen aan de koning van de wereld. En dat brengt ons bij de derde vraag: 

Hoe krijgt een interculturele kerk vorm (volgens Efeze 3:14-21)? 

Het is duidelijk wat God met kerk-zijn bedoelt. We beginnen te begrijpen waarom eenheid in verscheidenheid zo belangrijk is. Maar het blijft toch ingewikkeld. De praktijk is weerbarstig. Intercultureel kerk-zijn lijkt een utopie. Veel gemeenten blijven immers mono-cultureel. Kerken die wel divers zijn in samenstelling worstelen vaak met het probleem van groepsvorming: de ene cultuur gaat niet om met de andere cultuur. En als het lukt om echt intercultureel samen te leven dan heb je voor je het weet wel weer een nieuw conflict, want we begrijpen elkaar niet en verdenken de ander snel. 

De Amerikaan Mark DeYmaz, die zelf een interculturele kerk leidt, schrijft in één van zijn boeken: “The multi-ethnic church is a different kind of church. There are no simple solutions, no shortcuts or strategies of humankind that can accomplish what only God can do.”  

En dat is precies de reden dat Paulus voor de interculturele kerk van Efeze op de knieën gaat. Hij is diep overtuigd van de totale onmogelijkheid om één gemeenschap te vormen met al die etnische en economische verschillen. “Daarom buig ik mij voor de Vader, die de vader is (de pater in het Grieks) van elke patria, dat is: familie, stam en volk.” 

Hij vraagt God vier dingen die in elkaars verlengde liggen. Alsof hij toewerkt naar een hoogtepunt: 1)in vs.16: laat de Geest jullie kracht geven; 2) in vs.17: zodat de Zoon in jullie komt wonen; 3) in vs.18: zodat jullie zijn liefde leren kennen; 4) in vs.19: zodat God zelf jullie volkomen zal vervullen. 

Paulus bidt dit gebed niet voor het individu; zo verstaan wij het vaak. Nee, hij bidt voor de hele gemeente die bestaat uit alle heiligen (vs.18); het Grieks zegt: allerlei soorten heiligen. Je hebt de diversiteit nodig om Vader, Zoon en Geest te kennen. Maar ook andersom: je hebt Vader, Zoon en Geest nodig om elkaar lief te hebben. 

Het gebed dat Paulus bidt komt er ten diepste op neer dat we ons allereerst onderwerpen aan God. Als Vader, Zoon en Geest het voor het zeggen krijgen in mijn leven, dan doen mijn culturele gewoonten er minder toe. Dan mag ik mijn persoonlijke voorkeuren hebben, maar die leg ik niet op aan anderen. En dan zijn overtuigingen niet verkeerd, maar ik zal ze altijd toetsen aan de Bijbel. We leren elkaar aanvaarden, zoals God ons heeft aanvaard. En samen groeien we in liefde voor God en voor die vreemde ander. 

De apostel heeft een enorme verwachting van een kerk die zich zo afhankelijk van Hem opstelt. Vers 20: God doet niet alleen wat wij Hem vragen, hij doet meer, veel meer, ja zelfs oneindig veel meer. In de context van dit gedeelte betekent dit dat er een unieke, mysterieuze eenheid kan groeien tussen mensen die extreem van elkaar verschillen in cultuur en klasse. Als ieder zich maar onderwerpt aan de ene Vader die ons allen heeft gemaakt.